in Tocht

Donderdag, 17 mei 2018.
Een paar verhalen uit Suriname. Er wordt hier gevist door vissers uit Brits Guyana. Deze mensen blijven hier twee weken en gaan dan een paar dagen naar huis. De vangst van visblazen is voor hun van groot belang. Deze zijn in China veel geld waard omdat ze daar gelden als afrodisiacum. Er wordt door de vissers veel drank en drugs gebruikt, wat tot de nodige agressie leidt. In februari waren een aantal de agressie van één specifiek persoon dermate beu dat ze geld ingezameld hebben om een huurmoordenaar in de arm te nemen. De broer van de vermoorde vond het een paar weken nodig verhaal te halen en heeft zestien van deze vissers overboord gegooid, sommige naar verluid met een accu aan de voeten geknoopt. Het was een belangrijk onderwerp in het nieuws hier en ik begreep dat er ook in Nederland aandacht aan besteed is. Onderweg naar het strand bij de monding van de Suriname rivier om schilpadden te bekijken, kwamen we langs het eilandje waar deze Guyanese vissers bivakkeren. Piepklein, alleen zand en het loopt net niet of net wel onder bij hoogwater. Op dit  strand waar we naar toe gingen, komen in het donker verschillende soorten schilpadden aan land, kruipen een eind het strand op, graven een gat zo groot dat ze er zelf in passen en leggen daar eieren in. Vervolgens bedekken ze het gat weer met zand en gaan terug naar zee. Je moet die beesten natuurlijk niet afschrikken, en omdat er meer groepen waren liepen we wat verder  langs het strand. Tot opeens de oekaze kwam dat we terug moesten want er waren piraten, Brits Guyanesen, met geweren geland. Op het moment zelf klonk het heel overtuigend en ze speelden het goed. Achteraf hebben we ons afgevraagd of het geen toneel was omdat de gidsen naar huis wilden. Gelukkig hebben we wel diverse soorten schildpadden gezien, waaronder de Leatherback die wel zo groot als een mens kunnen worden.

Een deel van de achtergrond horen we hier in Domburg aan de wal, waar een Nederlands stel is neergestreken en een plek heeft gecreëerd voor passerende zeilers. En daar komen ook regelmatig Nederlanders die in de buurt  een visbedrijf hebben opgezet. En Daphne zat in het vliegtuig naar huis naast een neef van een visser die één van de lijken gevonden had.

Op de heenweg zat ze naast een echtpaar, Ali en Inez, gepensioneerd dat de elft van de tijd in Nederland woonde en de andere helft in Paramaribo. Bij hen hebben we een zondag geluncht, het nieuwe huis bekeken dat ze aan het bouwen zijn en zijn we naar Groningen geweest. Hij was hier geboren, had in Delft gestudeerd en was terug gegaan om te helpen het land op te bouwen. Daarna had hij bij Suralco gewerkt, maar toen hun oudste zoon werd opgeroepen voor de dienstplicht en hij deze onder Bouterse zou moeten vervullen zijn ze naar Nederland gegaan.

Ongeveer veertig kilometer hiervandaan is het enige antroposofische initiatief in Suriname, Matoekoe. Hier worden kinderen met een verstandelijke handicap opgevangen. Geweldig met welke inzet en creativiteit de mensen hier aan het werk zijn en wat ze weten neer te zetten en te bereiken met de beperkte middelen die ze hebben. Op het moment dat wij aankwamen stapten er net een paar mensen op de fiets om te vertrekken. Dat bleken Cees en Tanja Dulmers te zijn, vrienden van mij uit Nederland. Ik kende hen van een initiatief voor een zorgboerderij in Nederland en wist dat ze een tijdje in Suriname hadden gewoond en had dus wel regelmatig aan ze gedacht, maar de ontmoeting hier was louter toeval. Ze logeerden in de buurt en we hebben ze opgezocht en gezien hoe ze hier tweeëneenhalf jaar op het erf van een Hindoestaanse familie hadden geleefd.

De laatste dagen dat Daphne hier was zijn we het binnenland ingegaan. Eerst met een busje naar Atjoni. Hier houdt de weg op en moet je met een korjaal verder. Met die korjalen wordt alles vervoerd wat verder stroomopwaarts moet zijn en in Atjoni wordt dat overgeslagen. Een buitengewoon levendige plek. Ook de kinderen die naar het vervolg onderwijs gaan, het lbo, of de mulo, komen met korjalen hier naar toe en gaan ’s middags hiervandaan weer naar huis. Wij gingen naar een eiland in de Suriname rivier, Isadou, tegen over een marron-dorp, Jaw Jaw.
’s Middags zijn we onder leiding van een gids daar heen gegaan. Voor een deel nog hutjes met palmbladeren daken, afdakjes waaronder gekookt wordt. De afwas en de was wordt in de rivier gedaan. Veel kinderen, van die hele donkere jongetjes en meisjes die door het dorp huppelen en in de rivier gaan zwemmen. Het deed me ook aan het Unuit-dorp in Groenland denken, totaal geen privacy, je loopt zo elkaars keuken en huis binnen. Verder hielden ze hier behalve kippen ook schildpadden om op te eten. In een boom midden in het dorp hing een luiaard. In een ander deel stonden meer stenen huizen een polikliniek en een schooltje dat niet of nauwelijks gesubsidieerd wordt. Daphne vond dit met name heel interessant en heeft een tijd met het hoofd gesproken.
’s Avonds eerst met de boot op zoek naar kaaimannen, maar behalve deze ook een slang in een boom boven de rivier zien liggen. En op het eiland zelf een paar mooie vogelspinnen die in het donker uit hun nest in een palmboom komen kruipen. ’s Ochtends het oerwoud in. Veel bomen, lianen, kikkers, etc.

Daphne is zondag middag weer vertrokken en ik ga nu door naar Scarborough op Tobego, ik verheug me op wind en stroom mee deze keer. Daarna staat Trinidad op het programma.

Comments
  • Winneke
    Beantwoorden

    Wat een verhaal Bart! Trouwens, Johan en ik waren onlangs in Hong Kong en zagen winkels – zowel viswinkels als apotheken – vol met visblazen. In plastic zakken of grote glazen potten. Heel grappig om nu jouw uitleg te lezen!

Laat een reactie achter

Vul hier uw zoekopdracht in